About

 

Meijers werk is in alle opzichten overrompelend intensief, tactiel, vol decoratiedrift en begeesterende symboliek. Zoals de ogen op vlindervleugels schoonheid verspreiden maar ook verwarring wekken bij poezen, vogels en andere natuurlijke vijanden – dus: gevaar afwenden – zijn deze ogen eveneens misleidend. Meijers geeft ze glans met glaskralen, rode bonen en zegellak. Ze suggereren afweer tegen het boze oog, maar spiegelen ook zelf een duistere ziel. Met hun blik glinsterend tussen zin en waanzin in, wringen zijn personages zich naar voren, altijd in close-up, zonder respect voor hun kader, iets te dicht in je comfort zone. Het effect is cumulatief; een caleidoscoop op de schoonheid van het kwaad. Of kwaad? Kwaad? Laat ik een nuance aanbrengen: een caleidoscoop op de schoonheid van disharmonie. Lees het hele artikelWilma Sütö, 2022.

Rik Meijers’ paintings are unforgettable. Love them or hate them, it is not possible to mistake his spirited compositions and untamed style with any other painter’s work.  Homa Nasab, Artinfo / Museum Views.

With an eye for the extreme, and an aesthetic sensibility formed in the underbelly of pop and underground culture, Meijers paints portraits of imaginary figures from the fringes of society. He does not liberate his figures from hell, but rather brings his viewer deep into the spirit of the world they inhabit.  Janine Cirincione, Press release Friedman Benda Gallery.

Rik Meijers’ paintings are incantations, invoking images that we do not know but of which we do have an inkling. The artist reinforces that surmise, for with him providence is what for us remains disavowal.  Alex de Vries, cat. Territoria.   

‘Don’t do that anymore’ – this instruction is pointless. It is better, so Meijers’ work appears to suggest, to accept human weaknesses and mistakes, to reconsider the difference between winners and losers and to realise that classifications such as ‘success’ and ‘failure’ are never used innocently.  

Often the paint is mixed with birdseed, gemstones, chicken feathers or other materials and in several works parts of the canvas are covered with beads, beer-bottle tops or corks. The application underlines the assemblage-like character of the paintings. In this respect, Meijers’ way of working is reminiscent of the patient, loving handiwork of people who create a banner for the village brass band or decorations for the scout camp. The downy feathers, the sharp glass and the gleaming metal of the crown caps play a large part in determining the way the paintings feel, without our ever having to touch their surface. Their crude dinginess makes the paintings coarse and lumpish and is in stark contrast to the immaculate ‘high finish’ associated with aristocratic painting.  Dominic van den Boogerd, Cat. Rik Meijers-Don’t do that anymore.

Wat was ik blij weer eens werk te zien van Rik Meijers. In de jaren negentig en nul kwam ik hem vaak tegen, deze met flessenbodems en kroonkurken strooiende collageschilder. De heiligen, verlichten, dwazen en zieners in zijn werk - ik kreeg er nooit genoeg van. Nu hing er een ensemble van tekeningen genaamd From the place that is the world, en in een carnavaleske omgeving kwamen daar voorbij: snuivers, poseurs, aapjes aan een kettting en meisjes aan de vreemde middelen. Mooi in het vlak gezet, hard van kleur. Het was vreemd en onguur in deze tussenwereld, maar toch ook vertrouwd en bijna gezellig – een beetje zoals in een grootstedelijke nachtbus.  Jeanne Prisser, De Volkskrant.

Meijers groter-dan-levensgroot geschilderde figuren zijn lowlifes, freaks. Het zijn onbegrepenen, verstotenen, een wezenloze blik in de ogen, bierglas en peuk in de hand. Alsof ze zojuist het nachtcafé zijn uitgeveegd.

Met hun opgeblazen, vormeloze koppen en buitenproportioneel kleine oogjes lijken dit wel melaatse monsters. De smurrie van verf, pek en veren op de schilderijen roept een associatie op met weerloze vogels die uit de zee geschept worden als er weer eens ergens een olietanker is gezonken.  Manon Braat, NRC Handelsblad.

Anders dan de meeste schilders van zijn generatie speelt Meijers met de grenzen van de fictie. Wie zijn doeken ziet denkt, anders dan bij de meeste hedendaagse schilders, niet aan fotografie of kunstgeschiedenis, maar aan de cultuur waar zo’n schilderij vandaan zou kunnen komen, aan de achtergronden en de drijfveren van de maker – die vervolgens weer totaal anders zijn dan je op grond van hun verschijning zou denken. Wie dat eenmaal weet beseft dat Meijers zijn toeschouwer slim confronteert met zijn eigen, ingesleten kijkgewoontes.  Hans den Hartog Jager, Rik Meijers, Cat. Wolvecampprijs 1997-2007.